Reactie over aanpak drugscriminaliteit

De aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit is en blijft een topprioriteit voor minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, zo is de reactie op de uitzending van EenVandaag.

De georganiseerde criminaliteit pakken we sinds een aantal jaar zoveel mogelijk geïntegreerd - als één overheid - aan. Steeds meer burgemeesters pakken ook hun rol bij de bestrijding van ondermijnende drugscriminaliteit en op basis van onderzoeken die lopen, krijgt men de capaciteit die nodig is.

Als het gaat om Brabant werken OM, politie, Belastingdienst, Kmar, het ministerie en de grootste gemeenten al sinds eind 2010 intensief samen bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit in de Taskforce B5. Hierdoor zijn er meer criminele bendes aangepakt en wordt er meer crimineel vermogen afgepakt. Juist omdat de problematiek ernstig is en het niet zo mag zijn dat door de gezamenlijke aanpak in grote steden criminelen uitwijken naar kleinere gemeenten is deze aanpak een goed half jaar geleden uitgebreid naar heel Brabant en Zeeland. Sindsdien spreken we van de Taskforce BZ.

Wat nodig is, wordt geleverd. Dat wordt afhankelijk van de situatie per geval bepaald. Minister Opstelten laat zich geregeld informeren door politie en OM en onderhoudt contact met de burgemeesters om gezamenlijk tot de beste aanpak te komen. De minister is in dit kader ook 15 juli 2014 op bezoek geweest in Gilze en Rijen. Daar heeft hij gesproken met burgemeester Hamming van Heusden en burgemeester Boelhouwer van Gilze en Rijen, die de integrale aanpak ook voorstaan. De gezamenlijke aanpak vergt een lange adem: continu aandacht, lef en doorzettingsvermogen van alle partners. Deze aanpak vraagt niet zozeer om meer capaciteit of meer instrumenten. Het gaat erom dat alle betrokken overheidsdiensten één vuist maken tegen ondermijnende criminaliteit. Gezamenlijk kunnen we efficiënter werken, kan de capaciteit, kennis en kunde van opsporingsdiensten daar worden ingezet waar nodig en krijgen we veel meer voor elkaar.

Het lokaal gezag (burgemeester, politie en OM in de lokale driehoek) bepaalt waar welke inzet en expertise nodig is. Verder houdt het ministerie nauw contact met gemeenten in hoeverre burgemeesters uit de voeten kunnen met bestaande juridische instrumenten in de aanpak van drugscriminaliteit, bijvoorbeeld bij het sluiten van panden als er grondstoffen voor synthetische drugs worden aangetroffen.

Dat opsporingsdiensten er bovenop zitten blijkt verder nog uit het aantal onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit en hennepteelt dat de afgelopen jaren ruim is verdubbeld; gestegen van 46 in 2009 naar 113 in 2013. Zie ook het jaarbericht van het OM, dat 16 juli is gepresenteerd. Het OM meldde hierbij ook dat als respons op het toenemend aantal dumpingen van afval uit drugslabs vorig jaar is begonnen met de oprichting van een Dumpingen-team. Dit team is sinds eind 2013 op kleine schaal actief en werkt intensief samen met het bestuur. Begin 2014 is extra capaciteit ingezet samen met de drie zuidelijke regio’s om snel en effectief kansrijke zaken op te pakken, in het bijzonder opslag- en productieplaatsen. Verder heeft minister Opstelten al eerder gemeld dat de specialistische capaciteit van de LFO in de afgelopen maanden is verdubbeld.