Politiebonden: ‘Maatregelen minister problematiek NP niet concreet genoeg’

De politiebonden hebben intensief contact met elkaar en met zowel de korpsleiding als minister Opstelten over de hardnekkige problemen rond de vorming van de Nationale Politie, de achterliggende oorzaken en mogelijke oplossingen. “Wij hebben de noodzaak aangegeven om fors in te grijpen in de strategische sturing van de Nationale Politie. De maatregelen zoals de minister die aan de Tweede Kamer heeft aangekondigd om de problemen het hoofd te bieden roepen echter nog veel vragen en onduidelijkheid op. Voor herstel van vertrouwen van de bonden en vooral de collega’s op de werkvloer in de vorming van de Nationale Politie en de personele reorganisatie is meer nodig”, aldus een woordvoerder namens de politiebonden.

Op 22 oktober 2014 lieten de politiebonden minister Opstelten weten geen vertrouwen meer te hebben in het huidige proces rond de vorming van de Nationale Politie. De bonden zijn ervan overtuigd dat ingrijpen in de strategische sturing van de Nationale Politie noodzakelijk is. Minstens zo belangrijk is een herziening van het ontwerp en de inrichting van de bedrijfsvoering en de operationele inrichting van de Nationale Politie (zie gerelateerd nieuws). “Als vakbonden gingen wij niet over een nacht ijs. Voorafgaand aan ons dringende advies aan de minister hebben wij veelvuldig gesprekken gevoerd en koerswijzigingen aangedragen, mede op basis van verontrustende signalen van collega’s.” Om de ernst van de ontstane problematiek nog eens te onderstrepen en in reactie op de aangekondigde maatregelen van de minister hebben de politiebonden vrijdag 14 november 2014 een tweede brief gestuurd aan de Tweede Kamercommissie van Veiligheid en Justitie (onderaan dit artikel als pdf-bestand te downloaden).

Structurele en omvangrijke problemen

De minister stelt in zijn brief aan de Tweede Kamer onder meer het volgende:

‘Ter verdere borging van de strategische sturing op integraliteit, zullen in en direct onder de korpsleiding maatregelen worden genomen. Dit betekent concreet dat één lid van de korpsleiding verantwoordelijk wordt voor plan integratie op operatiën, bedrijfsvoering en vorming nationale politie. Ter ondersteuning wordt een zware programmadirecteur – met een bijbehorend team van interne en externe specialisten – aangesteld, die als eerste adviseur van de korpsleiding ontwikkelingen in de operatie, bedrijfsvoering en vorming nationale politie integreert om de onderlinge samenhang te bewaken en dit combineert met verbeterd risicomanagement.’

 

Over de precieze invulling van de maatregelen zoals de minister die voor ogen heeft, vinden momenteel gesprekken plaats tussen de politiebonden, de korpsleiding en de minister. “Dat de maatregelen onder meer gericht moeten zijn op de aansturing van het proces rond de vorming van de Nationale Politie, een nieuw sturingsmodel, daar zijn wij het over eens. De mate waarin en de wijze waarop, daarin verschillen de politiebonden, de korpsleiding en de beleidsman van mening. Het gaat om structurele en omvangrijke problemen die de kern raken van de politieorganisatie en daarmee aan het werkplezier van collega’s en de veiligheid van burgers. Laat de minister eerst maar eens meer concreet invulling geven over zijn beoogde maatregelen. Zo moet er meer duidelijkheid komen over het nieuwe besturingsmodel, de invulling en de gevolgen daarvan. Een eerste belangrijke stap op de lange weg die nog te gaan is.”

Externe inhuur

Wat ook opvallend is, is dat de minister wederom naast interne deskundigen externe specialisten wil aanstellen. De bonden wijzen erop dat er de afgelopen jaren al veel mensen van buiten zijn gehaald en dat er dure adviesbureaus zijn ingehuurd. Externen die handenvol geld kosten, terwijl er voldoende collega’s binnen de politieorganisatie zijn die dat werk prima zouden kunnen én vooral willen doen. Het is bovendien gebleken dat dure externe inhuur geen meerwaarde geeft. Geluiden hierover vanuit de organisatie en de bonden dringen niet door tot de korpsleiding en minister.

Personele reorganisatie

Het is duidelijk dat een koerswijziging noodzakelijk is om de vorming van de Nationale Politie en de voortgang van de personele reorganisatie te laten slagen. Neem bijvoorbeeld ook de onduidelijke status van het Politiedienstencentrum (PDC) in dit stadium van de vorming van de Nationale Politie. Net als de politiebonden geeft nu ook de Inspectie Veiligheid en Justitie aan dat er risico’s zijn verbonden aan de onduidelijke status van het PDC. Daarnaast geeft de Inspectie aan dat de ontwikkeling van de bedrijfsvoering onvoldoende in verbinding staat met de rest van de organisatie. Zo beschikt het PDC niet over werkingsdocumenten (blauwdrukken) en wordt er nog gesteggeld over huisvestingsplaatsen. De verbinding tussen het PDC en de operationele organisatie brokkelt op deze manier hard af. Op deze manier reorganiseren is niet wenselijk.

Pijnlijk duidelijk

De politiebonden willen benadrukken dat politiecollega’s zich tot het uiterste inspannen om de gevraagde prestaties te (blijven) leveren. “Hun loyaliteit richting elkaar en de burger is groot. De prijs die zij daarvoor moeten betalen is echter fors. De uitkomsten van verschillende onderzoeken, zoals het TNO-onderzoek naar langdurig verzuim bij de Nederlandse politie en het onderzoek naar geweld tegen politiemensen ‘Over de grens’ maken dat pijnlijk duidelijk.” Het is voor de politiebonden dan ook duidelijk dat alleen mooie woorden van de minister niet volstaan. “De minister heeft het voortdurend over ‘goed werkgeverschap’. Laat hem daaraan invulling geven aan de hand van daden.”