Politiebonden in brief aan minister: Aanpak reorganisatie moet fors worden aangepast

De ACP, NPB, ANPV en VMHP hebben onvoldoende vertrouwen meer in het huidige proces van de vorming van de Nationale Politie. Dat hebben de politiebonden de nieuwe Minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur vandaag officieel laten weten in een brief. De bonden staan nog altijd achter de komst van een Nationale Politie, maar de huidige aanpak van deze complexe operatie tast volgens hen de geloofwaardigheid van alle betrokken partijen aan. Niet in de laatste plaats doordat na vier jaar verkeerde strategische keuzes, ongeloofwaardige communicatie en een stroeve samenwerking met de bonden een grote afstand is ontstaan tussen de politietop en het personeel op de werkvloer.

Op zijn uitnodiging hebben de bonden en de minister afgelopen vrijdag een ‘stevig gesprek’ gehad over de problemen bij de totstandkoming van de Nationale Politie. Zo’n gesprek had op 22 oktober vorig jaar ook al plaatsgevonden met zijn voorganger, Minister Opstelten. Daarbij hadden de bonden met klem aangedrongen op koerswijzigingen. Zo niet, dan dreigde de vorming van de Nationale Politie vast te lopen, afgaande op signalen vanaf de werkvloer. De bonden konden een lange lijst met adviezen en aanbevelingen op tafel leggen die door de korpsleiding niet voldoende serieus waren genomen, met alle gevolgen van dien.

De bezorgdheid van de bonden werd bevestigd door de harde conclusies in vijf interne rapporten die dat najaar verschenen. De aansturing van het reorganisatieproces door de korpsleiding liet te wensen over. Het korps had onvoldoende deskundig personeel in dienst om de beoogde omslag van kleinschalig naar grootschalig te kunnen maken. Het was niet verstandig geweest om de reorganisatie op te splitsen in aparte trajecten voor het operationele en het ondersteunende deel van het korps. De invoering van nieuwe computersystemen verliep totaal niet naar wens. Het langdurig ziekteverzuim (meer dan drie maanden) bij de politie was met 5,7 procent relatief hoog en de aanpak en registratie schoten tekort.

De bonden konden daar met gemak nog de nodige (voorspelde) problemen aan toevoegen, zoals de gevolgen van de structurele onderbezetting bij de politie, die onvermijdelijk aan de dag zou treden zodra de organisatorische wijzingen waren doorgevoerd – bijvoorbeeld na de geplande start van de grootschalige (‘robuuste’) teams en de eerstelijns opsporing vanaf 1 januari 2015. Ook zagen de bonden door het ongewijzigde strategische beleid opnieuw een vertraging van de personele organisatie aankomen, waardoor die zou uitlopen tot in 2016. Twee ontwikkelingen waarvan opnieuw het personeel de dupe zou worden.

Los van de problemen bij de vorming van de Nationale Politie is op de werkvloer ook veel onvrede ontstaan over de opstelling van de korpsleiding in het CAO-conflict tussen de Minister van Veiligheid en Justitie en de politiebonden. De bonden hebben daarover vorige week gesproken met hun (hoofd)besturen. Ook daarbij werd duidelijk dat bij grote delen van de organisatie de geloofwaardigheid van de korpsleiding ernstig onder druk staat.

Nadat de inhoud van de interne rapporten op 6 november 2014 door de NOS bekend was gemaakt, deed Minister Opstelten de toezegging in het voorjaar van 2015 met een aangepast realisatieplan voor de Nationale Politie te komen. Een plan dat zou voorzien in meer tijd om de vastgestelde problemen het hoofd te bieden.

Dat plan zal nu worden gepresenteerd door Minister Van der Steur – naar verwachting medio juni. In hun gezamenlijke brief roepen de bonden hem op om:

- Die maatregelen te doen treffen om de personele reorganisatie vóór 1 januari 2016 af te ronden met inachtneming van de afgesproken spelregels en de zorgvuldigheid waarop politiemedewerkers recht hebben.

- In het proces van de herijking datgene te doen wat nodig is om aan de door de politiebonden naar voren gebrachte bezwaren en zorgen tegemoet de komen waardoor medewerkers van de politie weer vertrouwen kunnen hebben in de vorming van de Nationale Politie.

- In het CAO-proces een reëel bod te doen waardoor de politiebonden weer aan de onderhandelingstafel kunnen komen en een verdere verharding en vermenging met het proces van de vorming van de Nationale Politie, waaronder het proces van de personele reorganisatie, kan worden voorkomen.