Overgangsregeling privégebruik dienstauto’s afgesproken

In het Centraal Georganiseerd Overleg Politie van 18 december is overeenstemming bereikt over het beëindigen van het privégebruik van dienstauto’s. Besloten is dat er een overgangsregeling komt die ingaat per 1 januari 2015. Individuele besluiten met daarin onder meer de duur van de afbouwperiode en de financiële tegemoetkoming worden in het eerste kwartaal van 2015 verstuurd. Voor de VMHP was compensatie van medewerkers die hun auto al hadden ingeleverd een hard punt dat is gehonoreerd. Zie bijgevoegde regeling en FAQ.

In de overgangsregeling staat dat het privégebruik van dienstauto’s eindigt op 1 januari 2016. In 2015 kan de dienstauto dus nog privé gebruikt worden. Dit jaar maakt echter wel deel uit van de individueel vast te stellen overgangsperiode. Hoe lang de overgangsperiode duurt hangt af van hoe lang de dienstauto al privé is gebruikt. Hiervoor geldt het volgende:

 

Duur van het gebruik Afbouwperiode

Tot 3 jaar 12 maanden

3 tot 10 jaar 18 maanden

10 tot 20 jaar 24 maanden

20 jaar of meer 30 maanden

 

Financiële tegemoetkoming

Tijdens de afbouwperiode vindt een (aflopende) financiële tegemoetkoming plaats. Deze tegemoetkoming geldt als compensatie voor het vervallen van het privégebruik van de dienstauto. De hoogte van deze tegemoetkoming is gebaseerd op de fiscale bijtelling die de individuele medewerker moet betalen voor het gebruik van de dienstauto in 2014. De tegemoetkoming is als volgt afgesproken:

 

Periode Tegemoetkoming fiscale bijtelling

het jaar 2015 100 %

het jaar 2016 75 % *

het jaar 2017 50 % *

* voor zover de afbouwperiode nog in dat jaar doorloopt.

 

Zolang de medewerker in 2015 privé blijft rijden met de dienstauto, krijgt hij/zij geen financiële tegemoetkoming. Privégebruik en een financiële tegemoetkoming gaan niet samen.

 

Al ingeleverd?

De financiële tegemoetkoming geldt overigens ook voor medewerkers die hun dienstauto vrijwillig inleverden toen zij in 2013 het individuele besluit ontvingen dat het privégebruik stopte. Zij kwamen door hun besluit nooit in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming en krijgen dit alsnog per januari 2015. Dit geldt ook voor collega’s met wie in verband met het inleveren van de dienstauto een schadevergoeding zonder finale kwijting is afgesproken. Bij hen wordt deze schadevergoeding verrekend met de financiële tegemoetkoming. Collega’s waarmee een schadevergoeding met finale kwijting is overeengekomen komen niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking.

Inleveren tijdens de afbouwperiode

Wie de dienstauto inlevert voor 1 april 2015, krijgt nog tot het eind van de voor hem / haar geldende afbouwperiode 100 procent van de financiële tegemoetkoming uitgekeerd. De tegemoetkoming wordt uitbetaald vanaf de maand volgend op die waarin de dienstauto is ingeleverd. Voor de medewerkers die naar aanleiding van de besluitvorming in 2013 vrijwillig de dienstauto hebben ingeleverd geldt dit vanaf januari 2015.