Nieuwe politie-cao ondertekend

Op donderdag 1 november hebben in Den Haag de werkgever en de voorzitters van de vier politiebonden hun handtekening gezet onder een nieuwe politie-CAO voor de jaren 2018 tot en met 2020. Deze snelle actie, nog geen dag na de definitieve besluitvorming door de bonden, maakt het voor de werkgever mogelijk de eenmalige uitkering voor 2018 en de structurele loonsverhoging vanaf 1 juli nog dit jaar (met terugwerkende kracht) uit te betalen. Op zaterdag 10 november zullen de voorzitters van de politiebonden wel gezamenlijk deelnemen aan de landelijke protestactie tegen het sociaal-economische beleid van het kabinet Rutte III.

De nieuwe politie-CAO 201/2020 is een afsprakenpakket van 25 pagina’s. De ondertekening van de nieuwe politie-CAO is het startsein voor de uitwerking van een aantal belangrijke afspraken.

Doorpakken
Stevig doorpakken is een belangrijke vereiste: het plan voor het bieden van loopbaanperspectief aan het zittend personeel in schaal 6 en 7 moet bijvoorbeeld voor 1 maart 2019 (dus over vier maanden) in conceptvorm op tafel liggen. Ook voor de samenwerking tussen de werkgever en de bonden (‘het strategisch partnerschap’) bij het verminderen van de werkdruk zijn duidelijke controlepunten afgesproken. Met name de persoonlijke voortgangsrapportage aan minister Grapperhaus elke vier maanden biedt interessante mogelijkheden om de zaak politiek onder de aandacht te houden. De bonden hebben de volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer ook nadrukkelijk op deze aanpak gewezen en zullen dat uiteraard blijven doen. 

Protestdemonstratie 10 november
Ook buiten de vergaderzalen gaat de (politieke) strijd door: op zaterdag 10 november zullen de voorzitters van de politiebonden gezamenlijk deelnemen aan de landelijke protestactie tegen het sociaal-economische beleid van het kabinet Rutte III. Op de Dam in Amsterdam zullen de Nederlandse werknemers die dag een belangrijk signaal afgeven: het is echt de hoogste tijd geworden dat de politiek kiest voor ruimschootse investeringen in de publieke sectoren veiligheid, onderwijs en zorg en voor een sociaal inkomens- en pensioenbeleid.