Collega’s verontwaardigd en boos over CAO-inzet werkgever

De reacties van collega’s op de toelichting van minister Opstelten op zijn voorstel voor een nieuwe CAO Politie stromen binnen. Er klinkt vooral verontwaardiging en boosheid in door. Leden zijn zeer ontevreden over de opstelling van de minister en voelen zich niet serieus genomen. Zij stellen dat de minister altijd praat over waardering en respect voor de politie, maar achterblijft in daden. Zijn voorstel voor een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord voor de politiesector is daar in de ogen van collega’s het zoveelste trieste voorbeeld van.

Een salarisverhoging hangt volgens de minister af van de mate, waarin politiemedewerkers bereid zijn om arbeidsvoorwaarden in te leveren. Verhoging van de toelages voor bijvoorbeeld piket en onregelmatigheid zijn, als het aan de minister ligt, al helemaal niet aan de orde. Collega’s ervaren dit begrijpelijkerwijs als een gebrek aan waardering voor het werk dat zij iedere dag leveren. “Een concreet bod voor een loonsverhoging wordt niet gedaan. Wel wordt er gezegd wat er allemaal weg moet en dat we nog flexibeler moeten zijn en nóg meer weekenden moeten gaan werken. Onaanvaardbaar”, is de algemene reactie. Een collega: “Met een paar tientjes loonsverhoging wil hij ons nog langer laten doorwerken, nog minder vrije weekeinden, en met een paar uurtjes extra IBT op jaarbasis moeten we tot ons 67ste de noodhulp in.”

 

Verantwoordelijkheid

Een woordvoerder namens de politiebonden: “Deze regelingen zijn volgens ons onlosmakelijk verbonden met het hoogrisicoberoep van politiemedewerkers. Los daarvan is dit voorstel van de minister ook op een andere manier problematisch. In eerdere CAO’s zijn namelijk al lang en breed afspraken gemaakt over veilig en gezond werken, vooral op het gebied van verzuimpreventie en arbobeleid. Ook zijn er duidelijke afspraken gemaakt over betere training en loopbaanmogelijkheden, in het rapport ‘Een leven lang leren’. Van al deze afspraken is de afgelopen jaren helaas weinig terechtgekomen. De minister doet in zijn inzet vooral een groot beroep op de eigen verantwoordelijkheid van politiemedewerkers. Tegelijkertijd neemt hij zijn eigen verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van dit deel van de CAO-afspraken niet.”

 

De weg naar acties

De roep onder politiecollega’s om de onderhandelingen direct af te breken is groot. De politiebonden hebben het volste begrip voor deze reacties van hun leden. Maar hoe frustrerend ook, je kunt niet van de ene op de andere dag de onderhandelingen afbreken en tot actie overgaan. Hoe ver de inzet van de minister ook af staat van de gezamenlijke inzet van de bonden, eerst zullen beide partijen zorgvuldig overleg moeten voeren om te kijken of het toch lukt om tot een verdedigbaar onderhandelingsresultaat te komen. De werkgever heeft namelijk de mogelijkheid om naar de rechter te stappen en een verbod van de actie(s) te eisen. Het moet voor de rechter duidelijk zijn dat voorafgaand aan de acties zorgvuldig is onderhandeld, dat beide onderhandelingspartijen alle opties hebben bekeken en dat er geen ruimte is om verder te onderhandelen. Dat wij samen met onze leden genoodzaakt zijn om tot acties over te gaan.

 

Grote kloof

De komende weken vinden er dus nog een aantal informele gesprekken plaats tussen de politiebonden en de minister om te bekijken welke ruimte er is en of de grote kloof tussen de werkgeversinzet en de gezamenlijke inzet van de politiebonden kan worden gedicht. Op donderdag 26 februari vindt het eerstvolgende formele overleg plaats. Blijkt eind deze maand dat er geen zicht is op een akkoord, dan zullen de bonden de achterban raadplegen en zich op acties beraden. Laat daar geen misverstand over bestaan.